“Vanavond had ik de verpleegkundige dienst naast mijn dienst op de woning. Mijn collega zoekt me op en vertelt me dat ze ongerust is over u. Het gaat al een paar dagen niet zo goed met u. Los van dat uw controles goed zijn, heeft de zorgmedewerker het zogenoemde ‘niet pluis’ gevoel. Een gevoel wat ik altijd serieus neem. Mijn collega kent u goed, dus ik loop met haar mee naar u toe.
Afgelopen week ben ik al vaker bij u geweest en ik weet dat u kwakkelt. U bent een lieve, rustige en vriendelijke man. Helaas heeft uw dementie uw leven grotendeels overgenomen. Maar u maakt altijd een tevreden indruk. Vandaag is het anders. Ik zie het in uw ogen. De twinkel is eruit. U zit in de stoel en ik kniel voor u neer. Op dezelfde ooghoogte, zodat we een goed contact kunnen krijgen. Uw blik is anders, ik zie in uw ogen veel emotie. Op mijn vraag hoe u zich voelt reageert u met een onsamenhangend verhaal. De dementie lijkt aan het woord. Het is moeilijk om te achterhalen waar u last van heeft of wat u voelt. Wat zal dat voor u moeilijk zijn.
Ik denk aan een wijze les die ik leerde van één van de artsen. ‘Luister ècht naar de bewoner, deze vertelt je uiteindelijk wat er aan de hand is’
Ik neem de tijd, ik laat u praten. Na een paar minuten wrijft u met de hand over uw buik. Ik kijk u aan, leg mijn hand op uw hand en vraag of u daar pijn heeft. ‘Ja, daar wel’. Duidelijk en meer dan bijzonder dat het u gelukt is om mij te vertellen wat u voelt. Ik stel u gerust. Wij zijn er voor u, ik en mijn collega. Uw emotie neemt het over maar u probeert sterk te blijven. U heeft het zo goed gedaan, ik pak uw hand vast. Een kleine glimlach komt tevoorschijn, u begrijpt wat ik zeg en ik mag u meenemen naar uw kamer voor verder onderzoek. Rustig leg ik uit wat we gaan doen, u geeft zich er even aan over. Het vertrouwen is er, dat vind ik fijn. Voor mezelf, maar zeker voor u. Overleg met de arts vindt plaats en de nodige acties worden uitgezet. Ik beloof u dat we u goed in de gaten houden. Een kleine twinkel zie ik terug in uw ogen en de glimlach neemt het over voor nu.
De twinkel die ontbrak, konden we even terugvinden. Dit is wat mijn werk zo mooi maakt. Het vertrouwen en de liefde voor de medemens komen in zulke situaties aan bod. Het echt kijken en luisteren naar de mens.
Dat is wat we moeten doen. Luisteren naar de mens achter het ziektebeeld. Luisteren naar wat zij ons zeggen. Soms is het een puzzel, maar dat ene puzzelstukje is goud waard wanneer je hem vindt.”